Goed/Fout 1940-1945, kunst in oorlogstijd

Lezing (NEDERLANDS) door Anne Marie Boorsma

 

In deze lezing wordt de kunst besproken die tijdens het naziregime als entartete (ontaarde) kunst werd beschouwd: kunst van het dadaisme, kubisme, surrealisme, expressionisme en abstracte kunst werd als gevaarlijk gezien. Om het Duitse volk te laten zien hoe gevaarlijk, organiseerde Hitler in 1937 een tentoonstelling. Er kwamen meer dan 2 miljoen nieuwsgierigen op af, terwijl de officiële tentoonstelling met “geaarde kunst”, veelal neoclassicistische werken, weinig succesvol was.

In nazi-Nederland kocht het “Departement van Volksvoorlichting en Kunsten” werk van kunstenaars die lid waren van de Kultuurkamer. Schilders, beeldhouwers, vormgevers en ook schrijvers waren verplicht lid te worden, wilden ze tentoonstellen en opdrachten verkrijgen. Joden werden uitgesloten en kunstenaars die te modern waren eveneens. Favoriete kunst voor de bezetters was naast het neoclassicisme, het neorealisme, veelal portretten, stillevens en landschappen.

Na de oorlog was neorealisme besmet geraakt, terwijl expressionisme en abstracte kunst geassocieerd werd met goed, vrijheid en vooruitstrevendheid. Vooral de directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam Willem Sandberg, zelf in het verzet gezeten, was de grote promotor. Zo was hij een liefhebber van Cobra- kunstenaar en schilderbeest Karel Appel. Zoals vaker in de geschiedenis zijn gebeurtenissen lang niet altijd in te delen in simpelweg: goed/fout of zwart/wit en is de realiteit nogal eens een grijs-tint. Zo bleek later dat Sandbergs favoriet Karel Appel in oorlogstijd lid was geweest van de Kultuurkamer, en dat hij vleiende brieven had geschreven aan het Departement van Volksvoorlichting en Wetenschappen om beurzen te bemachtigen. Toen Sandberg bewijzen in handen kreeg, heeft hij die genegeerd.

 

Vlak na de oorlog organiseerde Sandberg een tentoonstelling van zijn vriend Hendrik Nicolaas Werkman. Werkman had in het verzet gezeten en maakte in oorlogstijd o.a. de beroemde druksels “Chassidische legenden”, uitgegeven door de clandestiene uitgeverij “ De Blauwe Schuit”.

Naast schilderkunst wordt in de lezing aandacht besteed aan Nederlandse propaganda-affiches. Zowel van de bezetter als van het verzet. Daarnaast komt de nazi-architectuur van Arnold Speer en de nazi-beeldhouwkunst van Arno Breker aan bod.

Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de schilderkunst van de Duits joodse schilder Felix Nussbaum. In Osnabrück, geboortestad van Nussbaum, staat een door Daniel Libeskind ontworpen museum van deze kunstenaar. Nussbaum heeft in talloze werken, waaronder veel zelfportretten, de verschrikkingen van de oorlog verbeeld.

Behalve bovenstaande kunstenaars worden o. a. besproken: werken van kunstenaars die vertegenwoordigd waren op de tentoonstelling “entartete kunst”, Max Beckman, Ernst Ludwig Kirchner en Wassily Kandinsky. Nederlandse kunstenaars waar werken van werden gekocht door het Departement van Volksvoorlichting en Wetenschappen, zoals Eduard Gerdes, Pyke Koch, Johan Ponsioen en Henri van de Velde, en propagandaffiches van NSB-lid Lou Manche.

DATA

Reageer op deze voorstelling